Lezing Indiëherdenking 4 september 2021

Roel Latuheru

Lezing Indië herdenking 4 september 2021

Openen met nummer Lain bantu lain (t/m seconde 38)

https://www.youtube.com/watch?v=Db_7Bt-bEU0

U hoorde zojuist het begin van een muzieknummer Lain bantu lain van Molukse jongeren. Een deel 
van de 3e en 4e generatie Molukkers in Nederland maakt muziek, waarbij de ‘pijn’ van onze 
overgrootouders, grootouders en/of ouders, de zogenaamde 1e en 2e generatie centraal staat….

We staan hier vandaag stil bij de Indië herdenking, de bevrijding van voormalig Nederlands-Indië op 
15 augustus 1945. De Japanse bezetter had de Archipel nog maanden stevig in zijn greep, nadat 
Nederland begin mei 1945 al was bevrijd. Op 15 augustus capituleerde Japan, na de 
bombardementen op Hiroshima en Nagasaki. Ruim 3 maanden na de bevrijding van Nederland, was 
voormalig Nederlands-Indië aan de beurt.

Bij de herdenking dit jaar, gedenken we ook de komst naar Nederland op dienstbevel van een 
bijzondere groep, nl. de Molukse KNIL militairen met hun gezinnen in 1951. Dit jaar exact 70 jaar 
geleden.

De tijdslijn geeft al aan, dat er zich tussen de bevrijding van Nederlands-Indië (augustus 1945) en de 
komst van de Molukse KNIL militairen naar Nederland (maart 1951), veel heeft afgespeeld in de 
Archipel. Deze periode, bekend als de Bersiap periode, tekende zich af als een zeer hectische, 
onrustige en gewelddadige periode, waarin kort na de capitulatie van Japan de republiek Indonesië 
wordt uitgeroepen. Deze republiek werd door Nederland niet erkent en daarmee ook door de KNIL 
militairen - zeer trouw aan de driekleur van Nederland - niet met enthousiasme ontvangen. Nadat 
Indonesië in 1949 als onafhankelijk land wordt erkend, start een periode van zeer lastige keuzes en 
dilemma’s voor de Molukse KNIL militairen.

Mijn opa, Laätzar Latuheru, was sergeant in het KNIL en was in die periode gelegerd op Java, ver van 
zijn gezin (zijn vrouw/mijn oma en 4 en later 5 kinderen, waaronder mijn vader). Zij woonden op het 
eiland Ambon in de bergen, in Kilang. Na de onafhankelijkheid van Indonesië kreeg mijn opa de keuze 
gedemobiliseerd te worden ofwel deel uit te gaan maken van het Indonesisch National Leger (TNI).

 Beide opties waren niet aantrekkelijk en werden als trap na ervaren na al die jaren trouwe dienst 
voor Nederland in het KNIL. De groep KNIL militairen die geen keus maakte moesten in hun barakken 
blijven omdat ze zich op Java feitelijk in de vijandige omgeving (van de republiek Indonesië) 
bevonden. Toen op 25 april 1950 op de Molukken de Republik Maluku Selatan (RMS, oftewel de 
Republiek der Zuid Molukken) werd uitgeroepen, werd de situatie nog complexer. De Molukse KNIL 
militairen die nog altijd op Java verbleven wilden op Ambon worden gedemobiliseerd om zodoende 
aan te sluiten bij het leger van de RMS. Om de jonge betrekkingen met de voormalige kolonie 
Indonesië niet te verstoren, werd dit door Nederland niet toegestaan. 

De enige op dat moment reële mogelijkheid was een tijdelijke overkomst op dienstbevel naar 
Nederland. Een kleine 4000 KNIL militairen met hun gezinnen, in totaal ongeveer 12 en half duizend 
personen werden met troepenschepen naar Nederland overgebracht. 
Dit werd in alle haast georganiseerd waardoor lang niet alle gezinnen compleet vertrokken. Zo is mijn 
vader (hij woonde bij zijn oma in een andere kampong en daar kregen ze de boodschap van het 
vertrek veel later mee) pas op het allerlaatste moment op de vertrekkende boot uit de haven van 
Ambon gegooid, om zo met zijn moeder en broers en zussen naar Semarang te gaan, vanwaar ze als 
gezin naar Nederland werden verscheept. Dit soort situaties liepen ook wel eens anders af, waardoor 
gezinnen werden ontwricht…

Het zou gaan om een tijdelijk verblijf in Nederland, totdat er een oplossing zou zijn, er werd 
gesproken over 6 maanden……Bij aankomst in Nederland werden alle KNIL militairen, dus ook mijn 
opa gedemilitariseerd, een ander woord voor ontslagen uit het KNIL.

Dit was een vernedering en voelde als verraad voor de trotse KNIL militairen, die altijd trouw waren 
geweest aan de Nederlandse driekleur. De KNIL militairen en hun gezinnen werden ondergebracht 
in barakkenkampen, geïsoleerd van de Nederlandse samenleving, want ze zouden toch teruggaan. 
Het verdriet, de frustratie en boosheid van de Molukse KNIL militairen, maar vooral hun nazaten 
over deze tragedie en kille ontvangst is prachtig (klinkt gek in deze) en waardig in beeld gebracht 
door Coen Verbraak in de documentaire ‘Molukkers in Nederland, 70 jaar onderweg naar huis’. Deze 
documentaire is in mei dit jaar uitgezonden op NPO 2. 

Ik wil niet in herhaling vallen wat er allemaal is gebeurd en fout gegaan in de afgelopen 70 jaar
rondom onze geschiedenis hier in Nederland. Het verhaal van de Molukse KNIL militairen en de 
koloniale periode van Nederland in voormalig Nederlands Indië en de Molukken in het bijzonder
wordt nog altijd onvoldoende genoemd in de geschiedenisboeken…

Maar zeker dit jaar heeft het Molukse verhaal - de komst van onze 1e en 2e generatie Molukkers - de 
verdiende aandacht gekregen. Feit is, dat in dit bijzondere jaar, veel Nederlandse burgemeesters, 
waaronder de burgemeester van Vlissingen, zich hebben geschaard achter de petitie waarin ze de 
Nederlandse regering oproepen het leed te erkennen dat de Molukkers is aangedaan na aankomst 
in Nederland. Intussen is aanvullend op dat initiatief bekend geworden dat op de landelijke 
herdenking van de aankomst van de Molukse KNIL militairen en hun gezinnen op 7 oktober as. op de 
Lloydkade in Rotterdam, premier Mark Rutte zal spreken, mede over die kille ontvangst. 

Dat is goed nieuws. De geschiedenis is zoals die is, ook een minder mooie geschiedenis. Maar door 
die te kennen, met elkaar te bespreken en waar nodig te erkennen dat die minder fraai was, creëer 
je begrip en ruimte om vooruit te kijken. 

En dat is wat we moeten doen, vooruit kijken. We zijn hier en gaan niet meer weg, maar we mogen 
de geschiedenis niet vergeten, de offers die door velen zijn gebracht. Als we het verleden kennen, 
kunnen we daaruit leren en dat als basis gebruiken voor ons handelen, nu en in de toekomst.

Om ook de toekomstige Molukse generaties te laten weten waar ze vandaan komen en hoe ze hier 
zijn gekomen, moeten we ons pijnlijke verhaal dus blijven vertellen, maar vooral ook vooruitkijken !